OK babyfriendlynederland.nl gebruikt cookies om jouw bezoek makkelijker en persoonlijker te maken en om advertenties aan te passen aan jouw interesses. Door verder gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord. Lees meer

De voorbereiding; wat is er nieuw?

Certificeringsproces

De voorbereiding; wat is er nieuw?

 

Hoofddoel

Alle kinderen een gelijke behandeling geven, onafhankelijk van de soort voeding. Dit heeft als uitgangspunten dat ieder kind een recht heeft op een optimale start. Ook heeft elk kind recht op optimale voeding met goede voedingsgewoontes en optimale gezondheid. Ook heben ouders het recht op objectieve en volledige informatie en respect voor hun keuzes door zorgverleners.

 

Grootste aanpassingen

De grootste aanpassing van de Tien Vuistregels naar de Vijf nieuwe Standaarden is de uitbereiding naar alle voeding (vast en vloebaar, borst/fles) voor kinderen tot en met 24 maanden. Daarbij worden zwangeren geïnformeerd over de invloed van de keuzes die zij maken rondom de baring op de start van het voeden en de relatie met hun baby. 

De Tien Vuistregels en Stappen worden samen de Vijf Standaarden, welke zijn onderverdeeld in indicatoren. Er is voor elke indicator een criteria om deze te toetsen. Per disciipline zijn er verschillende certificeringseisen welke ketenbreed zijn (verloskunde, ziekenhuis, kraamzorg en JGZ).

 

Wat zijn belangrijkste punten van aanpak per standaard?

Standaard 1 - beleid, scholing en ketenzorg: bijvoorbeeld het beleid herzien en herschrijven aan de hand van de indicatoren wat het voedingsbeleid wordt genoemd. Ook moet er informatie over het effect van pijnbestrijding en keuzes rond de bevallign op de start van het voeding worden gemaakt of uitgebreidt. Op indicatie wordt informatie over kunstvoeding gegevens aan ouders (naar de informatie van het voedingscentrum). Afstemmen prenatale informatie en overdracht binnen de keten. 

Standaard 2 - begeleiding naar een goede start: eerste voeding in huidcontact, ongeacht soort voeding is belangrijk. Indien er vanwege een medische reden dit huidcontact niet mogelijk was, wordt deze later ingehaald.

Standaard 3 - informatie en praktijk van het voeden: fysiologische blauwdruk als uitgangspunt voor elke baby. Zorgverleners moeten ouders die hebben gekozen voor kunstvoeding informatie geven hierover: waarbij veilige bereiding, aanpassen aan de baby (snelheid, hoeveelheid en frequentie), het hoe aan te bieden en het voeden op verzoek in hoog vaandel staat. Zorgverleners leren communiceren met respect voor de keuze van ouders. Ook in prenatale informatie is het belangrijk om de keuze zo lang mogelijk op te laten. 

Standaard 4 - bijvoeding en borstvoeding en werk combineren: zorgveleners (JGZ) moeten ouders informatie geven over de grotere baby. Hierbij gaat het om vaste voeding, voortgezette borstvoeding en kunstvoeding naast vaste voeding. 

Standaard 5 - hechting: Moeder en kind zijn een eenheid gedurende de eerste zes maanden van de baby. Zorgverleners moeten ouders informatie geven over het belangv an aanraken, troosten in relatie tot hersenontwikkeling en emotionele stabiliteit van het kind. 

 

Aanpak

Bij de verschillende zorginstellingen moeten deze veranderingen verschillend worden ingesteld. Hiervoor is het handig om een stappenplan en een tijdschema te maken (zie ook dit uitgebreidere transitiedocument). Het is belangrijk om bijvoorbeeld de scholing up-to-date te maken. Daarbij moet per standaard/indicator van de vijf standaarden het beleid en de scholingsbehoefte worden aangepast. De criteria kunnen ook langs het bestaande beleid, scholing en gangbare werkwijze worden gelegd. Er is een interne audit om dit te oefenen. Voor sommige organisaties kan het handig zijn om een verandermanager aan te stellen om deze veranderingen goed door te voeren, zodat ook uw organisatie voor het Baby Friendly certificaat kan gaan! 

Klik hier als u meer wilt weer over wat de transitie voor uw organisatie inhoudt (PDF). 

Bronnen: