Onderzoeken

Onderzoeken

Wat levert het Baby Friendly keurmerk op?

Het WHO-UNICEF certificaat is gebaseerd op het wereldwijde Baby Friendly Hospital Initiative. Wetenschappelijke onderbouwing hiervoor is na te lezen in dit document.

Verdere onderbouwing over het belang van borstvoeding is te vinden in The Lancet Series.

Uit wetenschappelijk onderzoek is bewezen dat certificering zorgt voor hogere borstvoedingscijfers: Baby Friendly Hospital Initiative zorgt voor meer borstvoeding. Dit blijkt ook uit de volgende onderzoeken: Artikel 2Artikel 3 en Artikel 4.

Onderstaand de tot nu toe bekende evidence voor de aanvullende standaarden en Nederlands onderzoek dat niet is opgenomen in het eerder genoemde document uit de UK. Voor zover bekend is er er geen specifiek onderzoek gepubliceerd dat aansluit op deze standaarden en bijbehorende criteria neemt Baby Friendly Nederland de fysiologie van de baring en van de baby als uitgangspunt.

 

Standaard 1 (organisatie): beleid, scholing en informeren

Minder geboorte interventies, dus minder kosten per bevalling.

Bijwerkingen epiduraal: koorts bij moeder, sufheid bij baby zorg voor een scheiding tussen moeder/kind wat bijvoorbeeld kan leiden tot een slechte start.

Ook kan het persen langer duren en bestaat een kleine kans op een vaginale kunstverlossing, een bevalling met een zuignap of vacuümpomp. Dit kan leiden tot> mogelijke problemen bij start met voeden (meer kans op geelzucht wat een scheiding tussen moeder en kind kan veroorzaken en leidne tot een slechte start).

Voor meer onderzoek: klik hier.

Meer borstvoeding, dus gezondere kinderen en moeders.

Meer borstvoeding: zorgt voor stijgen op de sociale ladder.

Welvaartsziekten komen vaker voor bij lagere SES. 

Goed geschoolde medewerkers zorgen voor betere begeleiding.

Belang (naleving) van de WHO-code.

 

Standaard 2 (pasgeborene): goede start, huidcontact

Uitgebreid artikel van Unicef waarin de wetenschappelijke onderbouwing voor het eerste huidcontact aan bod komt. In dit artikel wordt duidelijk dat huidcontact de start van borstvoeding verbeterd.

 

Standaard 3 (praktijk): zorg voor voeden: voeden op verzoek, hongersignaal en bereiden en geven van flesvoeding

Minder obesitas door voeden op verzoek (frequentie en volume), onafhankelijk van voedingskeuze. Meer kennis over veilige bereiding kunstvoeding, ook meer vaardigheden onder laaggeletterden. Minder ziekte door onveilige bereiding van kunstvoeding.

Meer uitlg over de invloed van flesvoeding op het kind staat in dit Artikel.

Scammon RE, Doyle LO. Observations on the capacity of the stomach in the first ten days of postnatal life. Am J Dis Child 1920; 20:516-538.

 

Standaard 4 (kind): bijvoeding en vaste voeding

Artikel over de wetenschappelijke onderbouwing van het vierde standaard vanuit Unicef. Artikel dat gaat over de wetenschappelijke onderbouwing over wanneer kinderen bijgevoed moeten worden. 

 

Standaard 5 (hechting): rooming-in, fopspeen en vrijwilligers

Artikel over de wetenschappelijke onderbouwing van het wel/niet slapen op de kamer van de ouders door de baby. Artikel van Unicef over het onderbouwde vijfde standaard.