Standaard 1: Organisatie

In Standaard 1 staan de criteria voor beleid, scholing, prenatale voorlichting en ketenzorg.

Beleid

Organisaties voor moeder- en kindzorg hebben een beleid vastgelegd waarmee elk kind een optimale start kan maken. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht gegeven aan voeding in de eerste twee levensjaren van de baby. Alle betrokken medewerkers voeren hun werkzaamheden uit in overeenstemming met dit voedingsbeleid. In dit beleid is opgenomen welke prenatale informatie ouders nodig hebben voor een optimale start. Het beleid besteedt bijzondere aandacht aan het faciliteren van het geven en krijgen van borstvoeding en is conform de WHO-code. Organisaties evalueren regelmatig hun beleid en de effecten van hun scholingen. Organisaties onderhouden multidisciplinaire contacten met ketenzorgpartners. In dit beleid is ook opgenomen hoe ouders uitleg krijgen over het belang van moeder-tot-moeder contact en hoe (aanstaande) ouders worden verwezen naar relevante organisaties.

 

Scholing

Alle betrokken medewerkers zijn geschoold in de aspecten rond bevalling en voeding zodat een optimale start voor moeder en kind wordt gewaarborgd. Zij worden geschoold in de effecten en het aanleren van borstvoeding als vaardigheid. Ook worden zij geschoold in de veilige bereiding en het geven van kunstvoeding. Alle medewerkers worden geschoold over aspecten tijdens de bevalling die van invloed zijn op het starten met voeden. Medewerkers worden geschoold in waardevrije communicatie met aanstaande ouders.

 

Prenatale informatie

Alle zwangere vrouwen en hun partners krijgen voorlichting over keuzes rond de bevalling, de start van voeden en de zorg voor hun kind en kunnen hierover geïnformeerde beslissingen nemen. Daarnaast worden zij voorgelicht over de effecten van de voedingskeuze en krijgen vaardigheden aangeleerd om de voeding van hun keuze te kunnen geven. Alle aanstaande ouders worden voorgelicht over die aspecten tijdens de bevalling die van invloed zijn op het starten met voeden.