Foto met dank aan Unicef UK Baby Friendly Initiative

 

Standaard 2: pasgeborene

De eerste kennismaking tussen moeder en baby vindt plaats in huidcontact. De reflexen van de baby zijn sterk in het eerste uur. Een gezonde op tijd geboren baby wisselt beweging en rust af en kruipt in de loop van een uur van de buik naar de borst.. Daarom krijgen alle moeders hun baby direct na de geboorte in huidcontact bij zich. De eerste voeding wordt gegeven in huidcontact, ongeacht de voedingskeuze van de moeder. Het intense huidcontact bevordert dat het kind wordt gekoloniseerd met de huidflora van de moeder. Alle ouders worden uitgenodigd om hun pasgeborene tijdens de eerste kennismaking ook aan de borst te laten snuffelen en een eerste maal te laten aanhappen.


Standaard 2

Voorheen opgenomen in Vuistregel 4

S2.1) Het eerste contact tussen moeder en baby vindt ongestoord plaats tot met de eerste voeding.

S2.2) Zo nodig wordt hulp aangeboden bij de voeding. De eerste voeding wordt gegeven in huidcontact, ongeacht de voedingskeuze van de moeder.

S2.3) Als huidcontact niet mogelijk is, of werd onderbroken om medische redenen, wordt het later ingehaald.

 

Beleidsmatige Indicatoren Standaard 2

In het beleid is opgenomen:

S2.b.1) Dat vrouwen direct na de bevalling ongestoord huidcontact met hun baby hebben, tenzij er een medische reden is die dit (tijdelijk) niet toelaat.

S2.b.2) Dat bij vrouwen bij wie direct ongestoord contact om medische redenen niet mogelijk was, ernaar gestreefd wordt dit contact in te halen, zodra de toestand van moeder en baby dit toelaat.

S2.b.3) Hoe het eerste uur na de bevalling wordt georganiseerd.

S2.b.4) Welke medische redenen er zijn voor het niet hebben van huidcontact.

S2.b.5) Dat hulp wordt aangeboden bij het aanleggen/de eerste voeding, indien nodig.

 

Criteria Standaard 2

Bij ouders wordt standaard 2 getoetst op de volgende criteria:

80% van de pas bevallen vrouwen bevestigt:

S2.c.1) Dat zij een uur of tot en met de eerste voeding ononderbroken huidcontact met hun baby hebben gehad binnen een uur na de geboorte, tenzij er een medische reden was dit niet te hebben.

S2.c.2) Dat voor zover het huidcontact werd onderbroken, dit werd ingehaald binnen een uur nadat de medische reden niet meer bestond.

S2.c.3) Dat zij wordt gestimuleerd tot dagelijks huidcontact

S2.c.4) Dat de zorgverlener hulp heeft aangeboden of mee heeft gekeken bij de eerste voeding.

80% van de moeders met een baby op de neonatologie of kinderafdeling bevestigt:

S2.c.5) Dat zij wordt gestimuleerd tot dagelijks huidcontact of kangoeroeën, mits de conditie van de baby dit toelaat.