Standaard 3: praktijk

Alle ouders hebben informatie nodig over de behoeften en reflexen van hun baby. Begeleiding helpt om de theorie in praktijk te brengen en te herkennen wat een voedingssignaal is, of een signaal van verzadiging, en hoe een normale drinkpauze eruitziet.


Informatie en praktijk bij het voeden van uw kind

Voorheen opgenomen in Vuistregel 5, 8, 9 & Stap 4

Ouders krijgen uitleg -ongeacht de voedingskeuze,- over voeden op verzoek en de normale groei en ontwikkeling van hun kind.

S3.1) Ouders krijgen zij uitleg over hoe zij de voedingssignalen van hun kind kunnen herkennen en hoe zij hierop kunnen reageren.

S3.2) Ouders krijgen uitleg over de voor- en nadelen van fopspeengebruik.

S3.4) Aan vrouwen die borstvoeding geven, wordt uitgelegd hoe ze hun baby moeten aanleggen en hoe zij de melkproductie in stand kunnen houden, zelfs als de baby van de moeder moet worden gescheiden.

S3.5) Ouders van niet-borstgevoede baby’s krijgen uitleg over het veilig bereiden en geven van kunstvoeding, waarbij rekening gehouden wordt met de behoeften van de baby.

S3.6) Bij het geven van uitleg is aandacht voor het voorkomen en oplossen van problemen.

 

Criteria Standaard 3

Bij ouders wordt standaard 3 getoetst op de volgende criteria:

Van de geïnterviewde kraamvrouwen van borstgevoede baby’s kan minimaal 80% aangeven:

S3.c.1) dat zij uitleg kreeg over de techniek van het aanleggen

S3.c.2) dat zij uitleg kreeg over het in stand houden van de melkproductie, door middel van afkolven (ook met de hand) in het geval zij van haar baby gescheiden moest worden en hoe ze moedermelk veilig kan opwarmen

S3.c.3) dat zij uitleg hebben gekregen over voor- en nadelen van fopspeengebruik

Van de geïnterviewde kraamvrouwen met een niet-borstgevoede baby kan minimaal 80% aangeven:

S3.c.4) hoe zij kunstvoeding op een veilige manier kan bereiden

S3.c.5) welke hoeveelheden fysiologisch bij de baby passen

S3.c.6) dat zij instructie heeft gekregen met betrekking tot de wijze waarop de fles wordt aangeboden (aanhappen, stroomsnelheid, het moet niet op).

S3.c.7) dat zij uitleg hebben gekregen over voor- en nadelen van fopspeengebruik.

80% of meer van de ouders met een kind ouder dan zes weken

S3.c.8) kent nadelen en voordelen van de fopspeen

S3.c.9) voelde zich geholpen bij vragen over de ontwikkeling van hun kind.


Uitwerking transitie naar Standaard 3

Denk bij het voorkomen en oplossen van problemen aan praktische onderwerpen zoals regeldagen, effecten van het gebruik van de fopspeen, nachtvoedingen, tandjes die doorkomen, onrustige periodes, spugen en kwijlen en overige vragen over de ontwikkeling van hun kind.

Denk bij het opstellen van het beleid aan scripts voor de uniforme uitleg aan moeders van aandachtspunten voor het aanleggen van hun baby en hoe zij de melkproductie in stand kunnen houden, zelfs als de baby van de moeder moet worden gescheiden en hoe moedermelk veilig kan worden opgewarmd. Met hulp van scripts wordt de kans vergroot dat ouders ervaren dat ze dezelfde eenduidige informatie krijgen.

Bij de uitleg aan ouders van niet-borstgevoede baby’s en over het veilig bereiden en geven van kunstvoeding, zijn de behoeften van de baby de basis. In overeenstemming met de WHO Code wordt de voorlichting en begeleiding aan ouders die kunstvoeding geven op individuele basis gegeven.